Pas maar Toe!

Auteur: Alice van Noppen, in samenwerking met leerlingen van Viertaal
Methode: Training
Doelgroep: Voor kinderen van 10-16 jaar met spraaktaalproblemen (TOS, ASS, Slechthorend)
Individueel/groepsgewijs: groepsgewijs
Begeleiden met: Leerkracht

Doelstelling

Het doel is om kinderen te leren zichzelf op een positieve manier te presenteren, zodat zij in staat zijn om in het vervolgonderwijs (regulier of speciaal), of wanneer zij zich begeven in nieuwe situaties, te kunnen spreken over eigen kwaliteiten, beperkingen en behoeften. 

Inhoud

Door middel van acht (volgens het Activerende Directe Instructie [A.D.I.]-model) uitgewerkte lessen werken de leerlingen naar een presentatie toe waarin zij zelf vertellen wat hun kwaliteiten, hun beperkingen en hun behoeften zijn om goed te kunnen functioneren.

De diverse lessen zijn logisch opgebouwd en bevatten verschillende coöperatieve werkvormen, zoals “Tweetal Coach” en “Complimentjes gooien”. De lessen starten met een kringgesprek. Met behulp van de Pas maar toe! kaartjes (bijvoorbeeld: Ik kan goed tekenen; Ik hou van rust om mij heen)  worden de leerlingen uitgenodigd om te bedenken en/of te benoemen waar zij al goed in zijn, welke behoeften zij hebben en hoe hun medeleerlingen daarover denken. Vervolgens maken de leerlingen een woordweb over de diverse beperkingen (T.A.S.), daarna volgt een mindmap over hun eigen specifieke beperking (en hun ervaringen daarmee).

De leerlingen bedenken vervolgens zelf de vragen van een interview dat zij daarna bij elkaar afnemen. De gegevens worden verwerkt in een verslag. Het verslag wordt samengevat in een PowerPoint. De leerlingen presenteren deze PowerPoint aan elkaar waarbij zij elkaar op een positieve manier tips en tops geven. Tenslotte wordt het hele proces van de totstandkoming van de eindpresentatie geëvalueerd. De leerlingen zijn nu klaar om (met behulp van de materialen in hun T.A.S.-tas) in de nieuwe situatie zoals vervolgschool, werk of club, zichzelf optimaal te kunnen presenteren.

Een voorbeeldje

In de eerste les, het kringgesprek, gaan de leerlingen ontdekken waar zij goed in zijn en wat bij hen past. Door middel van de “Pas maar toe!”-kaartjes met daarop stellingen als “Ik kan goed dansen”, “Ik hou van grapjes maken”, “Ik kan goed voor mijzelf opkomen” en “Ik help graag anderen” komen de leerlingen er al pratende achter hoe zij zichzelf zien en hoe anderen hen zien.

Werkvormen

Groepsgesprekken, interviews, woordweb, mindmap, presenteren, coaching, sociale interactie

Werkboek Psycho-educatie TOS

Auteur: Nelum Brummelhuis, Talent School Vught (Koninklijke Kentalis)
Methode: werkboek
Doelgroep: TOS kinderen 10-12 jaar (groep 7-8)
Individueel/groepsgewijs: beiden
Begeleiden met: Leerkracht, Logopedist en ouders

 

Download hieronder!
Les 1 en 2 voor docenten. Les 1 en 2 voor leerlingen
Les 3 en 4 voor docenten. Les 3 en 4 voor leerlingen

 

Doelstelling

Het doel is om groepsgewijs te leren over je TOS aan de hand van enkele logopedische aspecten (o.a.woordenschat, zinsbouw).

Inhoud

De schoollessen zijn opgedeeld in 4 thema’s:

Woordenschat & Woordvinding: allereerst wordt gevraagd aan de kinderen wat taal betekent. Dan wordt besproken wat taal is en wanneer je taal gebruikt. Er wordt ingegaan op hoe je woordjes leert, op het vinden van woorden en of je dat moeilijk of makkelijk vindt.

Zinsbouw: hier wordt geoefend met het maken van zinnen. Hoe maak je goede en foute zinnen. De kinderen worden ook uitgedaagd om te denken over taal. Waarom heb je zinnen nodig? Waar heb je zinnen voor nodig? Met behulp van opdrachten wordt geoefend met het leren zien van fouten in zinnen (bijvoorbeeld: werkwoorden). Daarnaast wordt er een schermspel gespeeld in tweetallen, kinderen geven elkaar kleuropdrachten.

Verhaalopbouw: Hier wordt gekeken naar de opbouw van een verhaal (begin? Probleem? Oplossing ? einde? De 4 W’s. In tweetallen wordt geoefend met het vertellen van een verhaal a.d.h.v. een vertelformulier (1 verteller en 1 observant). Belangrijke punten worden besproken voor in een gesprek (o.a. aandacht vangen, luisteren). Leerlingen gaan na wat zij al wel, soms of niet doen. Daarna wordt geëvalueerd met de hele klas. Er worden weer tips gegeven.

Durven spreken: Besproken wordt wat spreekangst is en welke lichamelijke reacties daar bij kunnen horen. Ook wordt gesproken over moed hebben. De kinderen denken na over hoe het komt dat iemand niet durft te spreken en in welke situaties dat kan gebeuren. Hoe zou jij je in deze situaties voelen? De kinderen bedenken nog meer situaties waarin je wel durft te spreken en situaties waarin je spreekangst hebt?

Er wordt besproken in welke gradatie je een bepaalde emotie voelt (niet-, beetje- , heel spannend). Middels een rollenspel wordt geoefend met durven praten. Kinderen bedenken tips voor iemand die het spannend vindt om in bepaalde situaties te spreken.

Een voorbeeldje

Om te oefenen met het maken van goede zinnen (thema 2 zinsbouw) wordt bijvoorbeeld het schermspel gespeeld. Er wordt in tweetallen gewerkt en ze krijgen de volgende opdracht: elk kind krijgt dezelfde kleurplaat, maar ze zien elkaar niet. Er zit een ‘scherm’ tussen hen in. De kinderen geven elkaar 6 kleuropdrachten. Hebben ze dezelfde kleurplaat gemaakt?

Werkvormen

Invuloefeningen, filmpjes op internet met kijkvragen, sociale interactie, rollenspel, opdrachten in tweetallen, woordweb

 

Spraaktaal

Auteur: Jet Isarin (2013)
Methode: gids/werkboek
Doelgroep: TOS jongeren vanaf 12 jaar, die op zoek zijn naar informatie over TOS, ervaringsverhalen en hulpmiddelen om over TOS te praten.
Individueel/groepsgewijs: beiden
Begeleiden met: Iedere volwassene (ouders, professionals)

Doelstelling

Het doel van het psycho-educatieboek is dat de jongeren zelfbewuster en sterker worden. Het werkboek biedt handvatten om na te denken en te praten over het leven met een taalstoornis.

Inhoud

Het boek is opgedeeld in hoofdstukken. Achterin het boek staat een woordenlijst met lastige woorden en ook een verwijzing naar handige websites.

De eerste twee hoofdstukken gaan over taal en taalstoornissen. Wat zijn taalstoornissen nou precies? En hoe kom je daar nu aan? Met behulp van de werkbladen schrijft de jongere bijvoorbeeld op wat hij moeilijk vindt met taal en wat hij nodig heeft om iets te begrijpen. Daarnaast wordt ook ingegaan op de kwaliteiten. Wat is je grootste talent? Wat doe je graag?

In hoofdstuk 3 (kindertijd) en 4 (puberteit) gaat het over het leven met TOS. In de kindertijd is het leven anders, dan in de puberteit. Wat is er dan anders?

Hoofdstuk 5 gaat over vriendschap en lot- en bondgenoten. Hoe maak jij vriendschappen? Ook wordt ingegaan op pesten.

Hoofdstuk 6 gaat over je school en het vervolgonderwijs en hoofdstuk 7 over werken/arbeidsmarkt.

Een voorbeeldje

Hoofdstuk 5 gaat over vriendschap en lot- en bondgenoten. Hoe maak jij vriendschappen? Ook wordt ingegaan op pesten. In de werkbladen kun je invullen wat je denkt en voelt als je een conflict hebt (‘Als ik een conflict hebt met iemand zijn mijn gedachten:….’), waarom je wel/niet gepest wordt (‘Ik denk dat ze me niet pesten omdat:………….’) en wat je nodig hebt om beter om te gaan met pesten (‘Wat heb je nodig om beter om te gaan met conflicten of om aan uitsluiting en pesten een einde te maken? Van wie?).

Werkvormen

Invuloefeningen, ervaringsverhalen/interviews, tips

Toekomsttraining TOP klas

Auteur: Mariëlle Koenders, Terwindtschool Nijmegen (Koninklijke Kentalis).
Methode: training
Doelgroep: TOS kinderen 10-12 jaar die de school verlaten en zich moeten voorbereiden op een vervolgschool.
Individueel/groepsgewijs: groepsgewijs
Begeleiden met: Leerkracht, vak (spel)therapeut

 

Download de Toekomsttraining TOP klas hier!

 

Doelstelling

Het doel van de training is het vergroten van het zelfvertrouwen en de weerbaarheid van het kind. Het kind leert steviger in zijn schoenen te staan door te kunnen en willen handelen in sociale situaties.

Inhoud

In de training worden 4 thema’s behandeld:

Jezelf presenteren: werken aan je houding, bewegen, jezelf voorstellen. Door middel van bewegingsspelletjes, presentatieoefeningen en rollenspellen wordt gewerkt aan de presentatie van het kind. Het kind leert meer controle te krijgen over het lichaam; hoe span en ontspan je je lichaam bijvoorbeeld. Maar werkt ook aan een stevige, zelfverzekerde houding. Een oefening hierbij is bijvoorbeeld ‘Sterk staan als een boom’. De kinderen bewegen en dansen op muziek. Als de muziek stopt, moeten ze rustig, maar stevig staan.

Opkomen voor jezelf: herkennen van ja/nee gevoel, uiten van ja/nee gevoel.  Een manier om dit te oefenen is om verschillende geuren, afbeeldingen, geluiden, smaken voor te leggen aan de leerlingen. Zij geven middels het kleuren van een cirkel aan of dit een ja (groen) of nee (rood) gevoel oproept.

Een ander aspect van dit thema is het oefenen van mening geven en het uiten van gevoelens van jezelf en anderen. Dit kan een gevolg zijn op bovenstaande oefening. De leerling moet dan onderbouwen waarom dit een ja/nee gevoel geeft. De leerlingen bespreken met elkaar de overeenkomsten en verschillen met elkaar. De leerlingen leren dat iedereen zo een andere mening heeft en dan dat oké is.

In dit thema wordt ook geoefend met de bewustwording & acceptatie van de TOS. De poster JOS heeft TOS wordt besproken met elkaar en samen wordt gekeken naar de film ‘Mijn ding is taal zeg maar niet echt’.

Omgaan met conflicten: hoe zien ‘boos’ en ‘irritatie’ er bij jezelf en anderen uit. Laat bijvoorbeeld een aantal kinderen ‘boos’ spelen en vraag andere kinderen dit gedrag/deze emotie te beschrijven. Wat zien ze? Zien alle kinderen er hetzelfde uit? Een andere manier om emoties te leren is het tekenen of schilderen met het thema ‘hier word ik boos van’.

Vervolgens wordt geoefend met het ervaren van de verschillende gradaties van emoties. Dit kan aan de hand van de ‘Vollehoofdenthermometer’ (Kraijenhof, 2010).

Samen spelen en werken: In het laatste thema wordt geoefend met contact maken en leren samenwerken. De kinderen leren doormiddel van spel om op een gepaste wijze contact te maken met een ander. Daarnaast is aandacht voor de kracht van het samenwerken. Ook hierbij heb je taal nodig. Doormiddel van spel worden de kinderen gestimuleerd om samen na te denken, te overleggen en handelingen uit te voeren.

Een voorbeeldje

Een presentatieoefening in thema 1 is bijvoorbeeld het spelen van een journalist. De leerlingen worden opgedeeld in paren. Ze stellen elkaar vragen over school, gevoelens, familie. Ze moeten dit onthouden/opschrijven en na 10 min vertellen aan de klas.

Een bewegingsspelletje bij thema 3 is bijvoorbeeld: leg 3 hoepels neer in een ruimte. In de eerste hoepel speelt een kind ‘een beetje boos’, in de tweede hoepel wordt ‘boos’ gespeeld en in de derde hoepel ‘heel boos/woedend’. Deze oefening kan gekoppeld worden aan de thermometer.

Als derde aspect in thema 3 wordt nagedacht over strategieën om rustig te worden en te blijven (dit noemen we coping strategieën). Tijdens het spelen van spelletjes wordt stil gestaan bij de ervaringen in het lichaam. Hoe voelt je lichaam als je verliest of wint? Waar zit je dan op de thermometer? Dan wordt geoefend met het even stoppen als je je niet prettig voelt en stil gestaan bij het probleem. Het kind moet dan 3 plannetjes bedenken en 1 plan uitvoeren. Hoe voel je je daarna? Is het vervelende gevoel weg?

In thema 4 wordt geoefend met contact maken en samenwerken. Het contact maken kan geoefend worden met het ‘Ogen spel’. De leerlingen krijgen een vel papier en potlood. Ze gaan alle leerlingen ‘ontmoeten’ en de kleur van hun ogen opschrijven. Hoe maak je contact? Samenwerken kan geoefend worden met een kleispel. De leerlingen worden opgesplitst in tweetallen. Samen ga je een fantasiedier van twee kleuren maken. Ter voorbereiding worden er klassikaal vragen bedacht/opgeschreven, die je zou kunnen stellen wanneer je gaat samenwerken.

Werkvormen

Sociale interactie, bewegingsspelletjes, presentatieoefeningen, rollenspel, posterbespreking, filmpjes op internet, tekenopdrachten

Schoolverlatersboekje

Auteur: Anne Ferwerda-Evers, Dr. Bosschool Arnhem (Koninklijke Kentalis)
Methode: werkboek
Doelgroep: TOS/DSH kinderen 7-8 jaar die tussentijds uitstromen van school. Kinderen die extra oefening nodig hebben in de communicatie
Individueel/groepsgewijs: individueel
Begeleiden met: Iedere volwassene (ouders, professionals)

Doelstelling

Het doel is om probleemoplossende vaardigheden in de communicatie te vergoten.

Inhoud

Aan de hand  van opdrachten uit het werkboek oefenen de kinderen met het aanleren van communicatieve vaardigheden. Vaardigheden die ze straks op hun nieuwe school ook nodig gaan hebben. Het kind wordt door de opdrachten gestimuleerd iets te vragen aan andere kinderen of een leerkracht. Bijvoorbeeld: hoe vraag ik om uitleg? Hoe vraag ik iets om te lenen? De logopedist bespreekt de oefeningen 1 op 1 met het kind. De leerling kan zijn ‘probleem situatie’ oefenen in de (nieuwe) klas.

Het werkboek begint met een introductie. Het kind vult zijn eigen gegevens in zoals naam, (nieuwe) school, groep, haarkleur. Er werd dus kort ingegaan op kenmerken die horen bij de ‘ik’ van het kind. Daarna komen de tips. De tips gaan over hoe een kind een probleem kan aanpakken. Het gaat dan om problemen op het gebied van de communicatie. Het kind oefent dan met het oplossen van een probleem d.m.v. een opdracht. Na het uitvoeren van de opdracht wordt bevraagd hoe het kind het vond gaan en wat er moeilijk/makkelijk aan was. Achterin het werkboek staan manieren hoe iemand met TOS/DSH geholpen kan worden in de communicatie. Het kind mag uit de opties aanvinken wat bij hem/haar past.

Een voorbeeldje

Tip: zeg; ’ ik begrijp het niet’ als je iets niet begrijpt en vraag ‘wil je het nog een keer zeggen?’.

Opdracht: vandaag begrijp ik niet wat de juf zegt. Ik vraag of ze het nog een keer wil zeggen.

Het kind zet op een lijn een streepje hoe hij/zij zich daar bij voelde. Er wordt kort stil gestaan bij de emotie die het kind voelt op dat moment. Aan de linkerkant van de lijn staat een verdrietig gezichtje, aan de rechterkant een blij gezichtje. Verder vult het kind in wat makkelijk en moeilijk was bij het uitvoeren van de opdracht.

De juf schrijft dan op wat er goed ging (top) en wat nog beter kan (tip).

Werkvormen

Praktische opdrachten, sociale interactie, invuloefeningen

Laatste Nieuws

Congres over TOS

congres tos 6 nov

Op 6 november wordt een congres georganiseerd over TOS. In verschillende lezingen wordt op praktische wijze besproken hoe je TOS herkent en welke gevolgen TOS heeft op het leren binnen school, in sociaal contact en in gedrag. Neeltje zal hier een lezing geven over de emotionele competentie ontwikkeling bij kinderen met TOS. Waarom heeft TOS invloed op de emotionele competentie en wat zijn daarvan de gevolgen? Wat kunnen we doen om kinderen te helpen?  Inschrijven kan nog via 11congressen.nl! Klik hier voor meer informatie.  

Informatiebrochure staat online!

algemeen emoties waar hij ergens mooi is misschien bij emotionele competentie inleidingWelke sociaal-emotionele problemen komen vaker voor bij kinderen met een TOS? En wat zijn risico en beschermende factoren voor deze problemen die in behandeling kunnen worden aangepakt? Alle resultaten van het EmoTOS project zijn nu gebundeld in de brochure: De sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een TOS. Per onderdeel van de sociaal-emotionele ontwikkeling beschrijven we wat we hierover weten bij kinderen met een TOS én wat we kunnen doen om hen te ondersteunen. Download hier de scherm versie of de print versie. 

Artikel over TOS en pesten gepubliceerd

iStock 883102556 pestenHet eerste artikel van het EmoTOS onderzoek is gepubliceerd in het journal of Speech Language and Hearing Research! Uit dit onderzoek blijkt dat kinderen met een TOS vaker worden gepest dan kinderen zonder een TOS. Kinderen zijn met name kwetsbaar als ze minder begrip hebben van hun eigen emoties. Dit geldt voor alle kinderen, maar sterker voor kinderen met een TOS. Het is daarom belangrijk om kinderen met een TOS te helpen inzicht te krijgen in hun eigen emoties: wat voel je en waarom en hoe kun je hierop reageren in interactie met anderen? Ook kinderen die zelf vaker aangaven te pesten, of reactief pesten, worden vaker gepest. Het is daarom belangrijk bij pesten naar de interacties tussen kinderen te kijken.